Pannendaken en hellingen

De dakhelling bepaalt welk materiaal mag, en niet andersom.

Minimale helling

MateriaalMinimale hellingKenmerk
Keramische panongeveer 20 gradenKleurvast, lange levensduur
Betonpanongeveer 22 gradenZwaarder, verkleurt sneller
Natuurleiongeveer 25 gradenZeer lange levensduur, hogere kosten
Dakshinglesongeveer 15 gradenLicht, korter mee
Zink of staal in banenvanaf enkele gradenGeschikt bij flauwe helling

De opbouw

Onder de pannen ligt een onderdak of dampdoorlatende folie, daaronder tengels en panlatten. Die combinatie zorgt voor ventilatie tussen pan en folie, en voert eventueel ingewaaide sneeuw of regen af naar de goot.

Veelvoorkomende gebreken

  • Verschoven pannen na storm, meestal bij de nok of de gevel.
  • Verweerde vorstpannen of losgeraakt nokvorstmortel.
  • Een verouderd onderdak dat bij aanraking verkruimelt.
  • Loodslabben bij schoorsteen en dakramen die zijn gescheurd.

Wanneer vervangen

Pannen gaan vaak langer mee dan het onderdak. Bij een renovatie is het dan logisch de pannen af te nemen, het onderdak en de isolatie te vernieuwen en dezelfde pannen terug te leggen. Dat scheelt materiaal en past bij de straat.

Belastbaarheid

Een betonpannendak weegt aanzienlijk meer dan een keramisch dak of dan shingles. Bij wisselen van materiaal is een constructieve controle nodig, zeker bij een oudere kapconstructie.

Meer in dak

Dakbedekking voor platte daken

Bitumen, EPDM en kunststof dakbanen vergeleken op levensduur, verwerking en kosten, met de aandachtspunten bij randen en doorvoeren.

Dakisolatie van binnen of buiten

Het verschil tussen isoleren aan de binnenzijde en aan de buitenzijde van een hellend dak, met de gevolgen voor comfort, ruimte en vocht.

Daklekkage opsporen

Hoe een daklekkage wordt opgespoord, waarom de natte plek zelden onder het lek ligt en welke plekken het vaakst de oorzaak zijn.